wandelaars

Ik ben die groep wandelaars
door het Zuid-Limburgse land
luide stemmen moeizaam omhoog

Ik ben die man in de wens-ambulance
nog eenmaal
trekken de wandelaars voorbij

Ik ben het landschap groene heuvels
waarin men het vee heeft gezet
een koe in stille ontroering

© hennie van ee, september 2019

Advertenties

ramen rondeel

voor zoveel ramen gestaan
het leven is voorbij gegaan
iedere keer een ander licht
voor zoveel ramen gestaan
met steeds een ander zicht
op een verte die verdween
voor zoveel ramen gestaan
het leven is voorbij gegaan

© hennie van ee

De vrouw

Ze laat het leven binnen

In haar hoofd
nestelt zich een woud
met eeuwenoude bomen

In de vroege morgen
zingen er de vogels

In haar borst
deinen de golven
oneindig blauw

Met blote voeten staat ze
vastgezogen in de branding

In haar buik
wonen de mensen
van wie zij houdt

Zij baden in haar zee
en rusten in haar woud

© Hennie van Ee

nooit meer zomer

het was stralend
de dag dat de wereld stilstond
met mensen naar hun werk
de treinen op tijd
en al bijna zomer
zo’n dag

de dag dat het leven ophield
in een vloek en een zucht
alles weg
verleden en toekomst
en nooit meer zomer

© hennie van ee

Een heel relaas

Zijn woorden liggen losjes

rond haar hals

als korte kussen glijden ze

tussen haar borsten

waar ze stil op adem komen.

Een heel relaas 

vindt aarzelend een tepel.

Zij weet wat hij bedoelt.

 

 

© Hennie van Ee

de kunst van het geluk

het geluk zoeken

is niet meer dan

het geluk hervinden

dat wat ons werd ingeprent

een vroege herinnering

en toch

men moet het willen

de wanhoop weerstaan

het verleden

toekomst geven

 

© hennie van ee, archief

hun huis spreekt

hun huis spreekt
in korte piepjes vertelt het
over kamers vol muziek
een lach door het plafond

krakend verhaalt het
van partijtjes kinderleed
de tranen voor het slapen
en altijd weer een dikke zoen

hun huis spreekt
en na elke doffe dreun
is er dan het zwijgen
van een stilte die veel zegt

© hennie van ee

Anna’s Hoeve

Hij bouwde een huis
een burcht, een hoeve
waarin zij wonen mocht.
Hij noemde het geluk.

Zij ging door lege kamers
sprak de muren aan
nestelde verlangen
ver bij hem vandaan.

Snel hingen hun levens
in foto’s aan de wand.
Nu, na bijna zestig jaar
doet zij het huis aan kant.

© Hennie van Ee

Niet nog zo’n zomer

De gebarsten aarde zo dichtbij. Rood, die gebroken grond.
Ze voelt de pijn en proeft het bloed.
Zomer op Corsica, lichtjaren ver.
Ze is er weer, alleen met de krekels in die roerloze stilte.
Totdat er iets bewoog, een schaduw in het helle licht.
Het droge hout dat voorzichtig kraakte.
Nee, niet nog zo’n zomer.

© Hennie van Ee, juli 2019
55 woorden

Zomer

Eindelijk zomer. Ze heeft er zo naar uitgekeken, ernaar verlangd en nu valt het zwaar tegen.
Kijk naar de bomen, hoe roerloos ze staan in de hitte. Hun woorden zijn verdroogd.
Zweet parelt haar huid.
Ergens tussen de struiken beweegt een schaduw, de grond kraakt.
Het meedogenloze middaguur.
Ze waant zich weer op Corsica. Zomer.

© Hennie van Ee, juni 2019
55 woorden

%d bloggers liken dit: