Niet nog zo’n zomer

De gebarsten aarde zo dichtbij. Rood, die gebroken grond.
Ze voelt de pijn en proeft het bloed.
Zomer op Corsica, lichtjaren ver.
Ze is er weer, alleen met de krekels in die roerloze stilte.
Totdat er iets bewoog, een schaduw in het helle licht.
Het droge hout dat voorzichtig kraakte.
Nee, niet nog zo’n zomer.

© Hennie van Ee, juli 2019
55 woorden

Advertenties

Zomer

Eindelijk zomer. Ze heeft er zo naar uitgekeken, ernaar verlangd en nu valt het zwaar tegen.
Kijk naar de bomen, hoe roerloos ze staan in de hitte. Hun woorden zijn verdroogd.
Zweet parelt haar huid.
Ergens tussen de struiken beweegt een schaduw, de grond kraakt.
Het meedogenloze middaguur.
Ze waant zich weer op Corsica. Zomer.

© Hennie van Ee, juni 2019
55 woorden

Nog net geen zomer

Hoor hoe de wind aanzet door de bomen.
Zij luistert naar zijn woorden en schrijft:

dat ik van ver kom
alles in beweging breng
eindeloze dans

Dan danst zij op blote voeten in het woordenwoud.
Haar armen, vol zomerlicht, zijn takken wuivend in de wind.
Hij neemt haar zinnen mee. Nog net geen zomer.

© Hennie van Ee, 55 woorden
juni 2019

Bijna zomer (vervolg)

Ik heb haar in het hoge Noorden geplaatst, waar de winters eenzaam zijn en de zomers heftig.
Daar is ze één met het bos. Daar is zij de stilte.
Zij ziet de bomen bewegen op het seizoen.
Voelt hun kou, ziet het eerste blad en hult zich in hun schaduwen.
Daar schrijft zij haar gedichten.

55 woorden
© Hennie van Ee, juni 2019

bijna zomer

Zij is uit het duister gestapt. Op een zomerdag heeft zij het donker voorgoed verlaten.
Nu zit zij gevangen in een kring hel zonlicht, dat is haar ruimte.
Zij schrijft, woord na woord, bladzij na bladzij. Natuurgedichten.
De mensen laat zij weg, daar houdt zij niet van.
Het landschap is zacht en meegaand. Bijna zomer.

55 woorden, juni 2019

vol van mei

nooit eerder was het groen zo mals
zo lichtdoorlatend
vol van mei

nooit eerder de lucht zo babyblauw
zo nieuwgeboren
de ganzen die luid overvlogen

tot men ze uit de hemel schoot
en zij voor dood daar lagen
of anders vleugellam

nooit eerder
viel er zoveel te herdenken
het boek dat maar niet wijken wou

mij vasthield in die andere tijd
zoveel vrijheid ook te vieren
al die dagen vol van mei

© hennie van ee, mei 2019

een afscheid

ze hebben gezwaaid tot hij verdween
rode achterlichten in het duister
ze hebben hem daar losgelaten
laten gaan naar een nieuwer leven

de wereld vliegt van voor naar achter
hij ziet alleen zichzelf in die donk’re ruit
kijkt niet meer om naar wie hij achterliet
misschien wacht hem een mooier leven

© hennie van ee, mei 2019

Dood gewoon

Hoe gewoon kan een straat zijn?
Een straat die langs huizen loopt
met aan de overkant een lege stoep
de bomen weg, die zijn gekapt.

Hoe veilig kan een straat zijn
zo zonder bomen?
Een naakte straat waar auto’s razen
voorbij de fietsers en de lopers.

Hoe onveilig is die straat
die geen laan meer zijn mag?
De essen ziek en weg
dat gaat de mensen aan het hart.

Hoeveel emotie zit er in een boom
en hoe gaat men daarmee om?
Zij heeft de boom weer hart gegeven
rode liefde geschilderd op blank hout.

© Hennie van Ee, april 2019

eeuwenlang en nog steeds

men heeft in mij gekerfd
letters en cijfers
gekrast en gesneden
eeuwenlang
en nog steeds

de liefde laat mij lijden
voor eeuwig draag ik
haar in mij
ik ben een schuilplaats
voor al dat lief en leed

vanonder mijn kruin
ben ik getuige
van dat wat wordt gevierd
of stilletjes beleden
eeuwenlang

en nog steeds
ben ik die oude eik
ergens in een park
het stadse leven heeft
zich met mij verweven

© hennie van ee, april 2019

Papa

Een jochie springt met veel geplons
het tropisch zwembad in
zijn papa vangt hem handig op

die papa dat ben jij
dat jochie dat was jij

Jongen, je lijkt steeds meer op hem

En als je praat
dan hoor ik hem
dezelfde woorden
dezelfde stem

Een stoere papa
dat werd jij

© Hennie van Ee, maart 2019

%d bloggers liken dit: